Verdediging proefschrift Heleen Hoogeveen

13 december 2016

Op 30 November 2016 verdedigde Heleen Hoogeveen haar proefschrift Pleasure from Food: Different perspectives on aging voor een comité van gevestigde onderzoekers welke haar na beraad de doctors titel verleenden.

Bij gezonde ouderen lijken herinneringen en emoties, die als gevolg van eerdere ervaringen met het proeven van smaken zijn vastgelegd in het geheugen, te bepalen of zij iets lekker vinden. Anders dan eerder onderzoek wil doen geloven, beleven ouderen verschillende smaken niet minder intens dan jongeren.

Er is steeds meer aandacht voor de rol van voeding tijdens het gezond ouder worden. Onderzoek richt zich daarbij meestal op de relatie tussen eigenschappen van voedsel en veroudering, bijvoorbeeld de mogelijk beschermende functie van vitamine B tegen achteruitgang van ons geheugen. Maar producten kunnen nog zo gezond zijn, als we ze niet lekker vinden, eten we ze niet. In haar proefschrift ging Hoogeveen na welke processen ten grondslag liggen aan de waardering van smaak door jongeren (18-30 jaar) en ouderen (60-72 jaar). Zij bestudeerde hierbij zowel de processen die een rol spelen bij het zien van voedingsproducten, als bij het proeven er van. Zij deed dit door met behulp van fMRI en EEG de activiteiten in de hersenen te meten.

Geen verschil smaaksensatie jong en oud

Hoogeveen ging na of de manier waarop hersenen van gezonde ouderen de smaken zoet, zuur, zout en bitter verwerken, anders is dan bij jongeren. Uit haar onderzoek blijkt dat in de hersengebieden die smaakinformatie van de smaakpapillen in de mond ontvangen, er geen verschillen zijn in activiteit tussen jongeren en ouderen. Dit betekent dat er geen verschil is in hoe intens een smaak wordt ervaren tussen gezonde jongeren en ouderen. Ook een gedragstest waarmee Hoogeveen deze smaaksensatie mat, leverde geen verschillen tussen jongeren en ouderen op.

Invloed emoties op smaak

Echter er bleken toch verschillen in waardering van smaak te zijn tussen ouderen en jongeren. Ouderen vonden zoete en zoute smaken lekkerder dan jongeren, in zure of bittere smaken was geen verschil. Volgens Hoogeveen blijkt hieruit duidelijk dat waardering van smaak van meer factoren afhankelijk is dan smaaksensatie alleen. Zij keek daarom naar de activiteit in hersengebieden die te maken hebben met geheugen en emotie, en vond dat ouderen in deze gebieden meer activiteit laten zien tijdens het proeven van verschillende smaken dan jongeren.

Individueel eetgedrag

Het effect van leeftijd op de waardering van smaken is volgens Hoogeveen het gevolg van veranderingen in de complexe interactie tussen deze smaaksensatie, emoties en informatie die in ons geheugen is opgeslagen. Volgens haar is het dan ook niet nodig om in alle gevallen smaakversterkers toe te dienen in de voeding voor ouderen. Hoogeveen pleit er voor om meer aandacht te schenken aan de manier waarop emoties en geheugen bijdragen aan de waardering van eten en daarmee aan adequaat eetgedrag. Dit vereist een individuele benadering van eetgedrag. Volgens Hoogeveen is dat relevant zowel voor zorgprofessionals als voor voedingsmiddelenbedrijven.

Back to previous page